
Met alle signalen over langer werken, ouderdom, grijze golf, verhoogde pensioenpremies en kredietcrisis, begin ik het beeld van mijn oude dag bij te stellen:
de vrolijke droom van heel veel relaxe-te fietstochtjes op supermooie spartamet-fietsen in de tot nu toe door mij onontdekte Achterhoek, maakt plaats voor een visioen van een totaal uitgewerkte, uitgeteerde, maar nuttig-tot-op-het bot-werknemer in de Nederland.bv. Een verantwoordelijk, niemand tot last zijnd, ongeveer 70-jarig lichaam, dat geen puf meer heeft om de horeca te frequenteren, de pretparken te bevolken (samen met niet bestaande kleinkinderen), de dagkaarten van de NS te benutten… Te lang doorgewerkt om nog te genieten of te consumeren.
Hoe verder?
Troost in de Poëzie;
Als daar muziek voor is, wil ik het horen:
ik wil muziek voor oude mensen, die nog krachtig zijn,
en omgeploegd, met lange, diepe voren
en ongelovig. Die de wellust en de pijn
nog kennen. Die bezaten en verloren.
En àls er wijsheid is, die geen vermoeidheid is, wil ik die zien, wil ik die horen.
En ander wil ik zot en troebel zijn.
M.Vasalis
Vergezichten en gezichten (1954)
Uitgeverij Van Oorschot
Bij de foto: Mijn opa stond bekend om de kaarsrechte voren die hij trok in zijn akkers, ooit in de Beemster en later de Haarlemmermeer. Ook had hij een “Bels”, genaamd Mina, met zo’n enorm brede, maar veilige rug, waar mijn moeder in een soort spagaat op kon/moest zitten.